Liedteksten

Hupsakee

De choreografie is opgebouwd uit een aantal traditionele volksdansen:
Baonopstekker, De Vleegerd (geen zangtekst), Swart laat ‘m scheren, De Slaapmuts, Het Molentje, Broeder Lazarus, Jan Pierewiet , Gort met Siroop

Baonopstekker
Hupsakee daar gaat’ie weer we nemen nog een borreltje meer,
Hupsakee daar gaat’ie weer we nemen nog een meer

Swart laat’m scheren
Swart laat hem scheren (2x)
Trijntje zal’t hem leren met de bezemsteel.

De Slaapmuts
Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Flip waar is je meid gebleven?
Is ze dan niet hier, is ze dan, niet daar?
Is ze soms naar Amerika.
Is ze dan niet hier, is ze dan, niet daar?
Is ze soms naar Amerika.

Het Molentje
d’Ouwe lui die deugen niet, de jongen bin de besten (2x)
Eerst maar met je eigen meid en dan maar met een ander (5x)
Broeder Lazarus
Waar is mijn broeder Lazarus van één, twee, drie
En die vannacht gestorven is van één, twee, drie
lala lalalala lalalalala etc.

Jan Pierewiet
Jan Pierewiet, Jan Pierewiet, jij rare sinjeur
Ik wil je niet, ik mag je niet, scheer je weg van mijn deur
Goeien avond meneer, op een andere keer,
Goeien avond juffrouw, ‘k heb een hekel aan jou.
Gort met Stroop
Gort met .stroop dat is zo lekker eten
Gort met .stroop dat is .zo’n lekker spul

IJsselmeer

Zangtekst van IJsselmeer jongens, driestemmig gezongen.

Het is er nog zes
Dan komt de schipper met z’n fles
En geeft er ‘d man een stuk of zes
En ik de rest

Het is er nog vijf
De bootsman sloeg zijn wijf
Hij vluchtte toen hij is aan boord
Hij redde zijn lijf

Het is er nog vier
Dan komen de meisjes van plezier
En drinken de mannen een glaasje bier
Een stuk of vier

Het is er nog drie
En m’n meisje heet Marie
Dat is een zus van Schele Mie
Eruit met die

Het is er nog twee
Die twee die moeten trouwen
Vrijen doet berouwen
Geluk er mee

Het is van de Kiel,

Van de Kiel naar Vlaring
Een tonnetje met haring
Eruit de karing.

Amsterdams

De choreografie is opgebouwd uit een aantal traditionele Amsterdamse liederen:
Aan de Amsterdamse grachten, Japie en Amsterdam.

Aan de Amsterdamse grachten
Er staat een huis aan een gracht in oud Amsterdam
Waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam
Nu woont er een vreemde mijnheer in ’t kamertje voor
En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor
Alleen de bomen, dromen, hoog boven ’t verkeer
en over ’t water, gaat er, een bootje net als weleer

Refrein:
Aan de Amsterdamse grachten, heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten, als de mooiste stad in ons land.
Al die Amsterdamse mensen, en die lichtjes ’s avonds laat op het plein
niemand kan zich beter wensen, dan een Amsterdammer te zijn.

‘K heb veel gereisd en al vroeg de wereld gezien
en nimmer kreeg ik genoeg van het reizen nadien,
maar ergens bleef er een sterk verlangen in mij
naar Hollands kust en die stad aan Amstel en IJ
Waar al de bomen, dromen, hoog boven ’t verkeer
en over ’t water, gaat er, een bootje net als weleer

Refrein:
Aan de Amsterdamse grachten, etc.

Japie
Ik zei d’r van Jaap,
ik zei d’r van Jaap,
Ik zei d’r van Japie sta stil
En waarom zou ik stille staan
Ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan
ik zei d’r van Jaap,
ik zei d’r van Jaap,
ik zei d’r van Japie sta stil

Amsterdam
choreo_amsterdams-02
Daar waar zich de golfjes van de Amstel mengen met de deining van het IJ,
waar het carillon der Westertoren klinkt al door de lucht zo vrij en blij.
Waar ik eens gespeeld heb met mijn makkers, waar ik ben geworden wat ik ben,
dát, ja dat, is de mooiste stad, die ik op de wereld ken.
Amsterdam, er is geen stad, die ook maar even aan je tippen kan,
Amsterdam, hoe je ’t wendt of keert er is maar één groot Mokum,
Amsterdam, Wie aan jouw boezem werd geboren,
wordt van ontroering koud en klam bij ’t woordje “Amsterdam”